Niet meer Actueel

Hieronder vindt u nieuws dat niet meer actueel, maar nog wel interessant is.

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Excursieverslag Alverdissen en Dörentrup, 15 april 2000

Een bus zonder achterbank en...... ,
drie GEAnen met een Duitse dame in een hol.

Op zaterdagmorgen om precies 7.00 uur, zou de bus vertrekken vanaf de parkeerplaats bij het Terra College. Het doel was: Alverdissen in het Weserbergland.
Na veel moeite waren de excursieleiders Harry en Erik erin geslaagd om toestemming te krijgen voor een excursie naar deze, voor ons bekende steengroeve. Het wordt steeds moeilijker om toegang te krijgen in de groeves en daar om kan de datum 15 april 2000 wel eens een historische worden, want er is grote kans dat het de laatste excursie was. Althans voor een gezelschap per bus.
De bus! Heeft in dit geval niets van doende met het TV programma: de bus. Koen was er ook en dus was de achterbank bij voorbaat bezet. De achter bank? Wie schetst onze verbazing bij het betreden van de bus? Er was geen achterbank. Een bus zonder achterbank? Een bus zonder achterbank is geen bus, dat kan helemaal niet, in een bus hoort een achterbank aanwezig te zijn en is die er niet, dan is de bus incompleet! Ons wanhopig hulpgeroep om een andere bus had geen effect en daarom: er zat niets anders op dan in gelatenheid dit hiaat te aanvaarden. In Friesland zou men in dergelijke omstandigheden zeggen: "It is net oans!"
De reis naar het Weserbergland verliep voorspoedig. Met een kleine sanitaire stop bij Rheine ingelast lagen we een half uur op het reisschema voor en dus kwamen we precies op de geplande tijd bij de groeve in Alverdissen aan. Eindelijk weer eens een ouderwetse excursie waar gehakt en geslagen kon worden en we leefden ons weer eens lekker uit.
Er werden allerhande leuker vondsten gedaan, waaronder ammonieten, maar ook fraaie (fraaierikken worden deze door Harry genoemd) calcietkristallen en aragoniet en zee- lelystengels en meer van dat soort aanverwante artikelen. In een van de bergwanden was een soort hol uitgehakt door ene Duitse dame. In dat hol kon je de prachtigste calciet-en aragoniet, kristallen vinden. Een dame en een aantal mooie stenen, dat kon niet anders als het moest wel aandacht trekken.In zo`n geval wordt je gelijk een herdershond: je ruikt een keer en je snuift een keer en je oren gaan recht-opstaan, met als gevolg: linea recta richting "het hol". Wat doen drie van onze leden in een hol in gezelschap van een Duitse dame? Voor zover bekend is het bij stenen hakken gebleven en we nemen graag aan dat zulks ook het geval is. Vast staat wel dat een aantal prachtige kristallen het resultaat waren.
Na Alverdissen zijn we een uurtje in een kleine groeve geweest in de omgeving bij Dörentrup, waar je pyrietafzettingen kon vinden. Het was een eindje lopen door het bos en het begon wat te regenen, maar dat deed niets af aan de goede stemming bij iedereen.
Tijdens de terugweg verhaalde Henk Klinkhamer nog uitvoerig over zijn Deense aardappelen: ze waren erg lang en erg smal en goed van smaak. Dus: klink (hamer) klare patatten, die je zo uit de grond kunt halen en warm maken en nog meer verhalen waar door de reistijd aanzienlijk bekort werd. Om ongeveer half zeven waren we in Emmen terug. Het was weer een mooie reis, waarvan ieder genoten heeft, maar toch,.......een bus zonder achterbank is geen bus!

Hennie Fluks.

Klik hier voor een verslag over de voorbereiding van deze excursie

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Excursie naar de groeve Calcit te Holtzen, 15 oktober 2000

Op zondag 15 oktober was het weer zo ver, een excursie naar groeve Calcit. Om half acht zijn we met zijn allen vanaf het mistige Emmen vertrokken, in een luxe touringcar richting Holtzen. Onderweg brak de zon door en de mist trok op. We hadden er allemaal weer veel zin in. Onderweg hebben we één keer een sanitaire stop hebben gemaakt bij een tankstation, waar de toiletten overigens ook nog eens waren afgesloten wegens schoonmaakwerkzaamheden. Nadat we een paar bomen hadden opgezocht kon de reis verder gaan en waren we tegen kwart voor elf op een (toch nog) mistige plaats van bestemming.

Na een stuk de groeve te zijn ingelopen, met nu nog lichte tassen en kratten, zijn we aan het bikken geslagen. Nadat we een paar stukken calciet hadden gevonden wist Walter ons te vertellen dat we in oude rommel zaten te zoeken en dat dieper in de groeve het verse materiaal lag. Toen we daar waren aangekomen zagen wij tot onze verbazing dat Harrie er al druk aan het bikken was.

Nadat wij zo'n drie uur hadden gezocht, met de nodige eet en drink pauzes moest de terugtocht naar de bus beginnen. De eens zo lichte tassen en kratten werden naar boven gezeuld en dat koste menigeen een paar zweetdruppeltjes.

Tegen kwart voor drie vertrok de bus weer naar Emmen. Volgens de buschauffeur waren wij de rustigste groep die hij ooit heeft meegemaakt, wat na zo'n dag ook niet verwonderlijk is. Na onderweg nog één maal een gestopt te hebben waren we tegen kwart voor zes weer op de parkeerplaats achter het Terra College.

Al met al was het een zeer gezellige dag en iedereen heeft weer mooie stukken gevonden.

Marcel Koopman

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Excursie naar het centrum voor isotopen onderzoek, 8 januari 2000

Hieronder een verslag van ons jeugdlid Mario Hendriks

Op zaterdagochtend acht januari om negen uur ging onze excursie van start in een regenachtig Emmen. Na een uur rijden waarbij we eerst zo langs het complex voorbij reden stonden we op de parkeerplaats van het CIO op de mensen te wachten die niet vanuit Emmen kwamen. Gelukkig waren alle deelnemers snel ter plaatse, zodat we snel konden beginnen met de excursie.

Eerst nam dhr van de Plicht ons mee naar een lokaal om ons wat theorie te geven. Voor sommigen van ons was het alweer heel wat jaartjes geleden dat ze in de schoolbanken zaten. Dhr. van der Plicht legde ons uit hoe C14 ontstaat uit stikstof door invloed van kosmische straling hoog in de atmosfeer. Doordat dit isotoop instabiel is vervalt het naar verloop van tijd weer in stikstof. De tijd waarin de helft van de het instabiele isotoop is vervallen heet de halveringstijd, bij C14 bedraagt deze 5730 jaar. Met de hoeveelheid C14 die nog over is kun je dus voorwerpen dateren. Zo bleek ook dat deze datering van het moment van de afsterving van het organisme uit gaat, zo kon het dus voorkomen dat beeldjes van Jezus op 700 voor Christus gedateerd werden simpelweg omdat er oud hout gebruikt was. Dhr van der Plicht demonstreerde toen hoe de radioactiviteit van voorwerpen gemeten werd met geigertellers met behulp van wat uranium.

Daarna gingen wij op weg naar het laboratorium waar de oude radiometrische datering werd toegepast. De metingen voor de radiometrie werden in een ondergrondse kelder uitgevoerd om de kosmische straling tegen te gaan. Deze methode meet de radioactiviteit van de C14 in CO2-gas dat vrij gemaakt werd door het organische materiaal te verbranden. Het meten zelf gebeurde in een bouwwerk van lood om ook nog de natuurlijke achtergrondstraling tegen te houden. Verder werd de achtergrondstraling rond om het te meten object ook nog gemeten voor een goede ijking.

Toen gingen wij naar een grote hal waar de moderne metingen werden gedaan. Deze metingen worden massaspectroscopie genoemd. Deze methode meet niet de straling die door de C14 wordt uitgezonden, maar deze berust op het verschil in massa vergeleken met andere koolstof isotopen. Dit gebeurt met een deeltjesversneller. De werking van dit apparaat is vergelijkbaar met een televisiescherm. Hier wordt geen 27.500 volt gebruikt zoals bij een beeldscherm van de televisie, maar gebruikt men 2.500.000 volt. Met behulp van deze spanning worden de C14-atomen versneld en gestript van elektronen zodat onzuiverheden de meting niet beïnvloeden. Daarna worden de ionen van de verschillende koolstofisotopen door zeer sterke magneten gescheiden zodat alleen C14-ionen overblijven en geteld worden.

Alles bij elkaar was dit een leuke maar vooral leerzame excursie.

Mario Hendriks

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Verslag van het bezoek aan Naturalis

Zaterdag 25 november
's Morgenvroeg verzamelen bij het station Emmen. Overgestapt in Zwolle waar we de andere geïnteresseerden ontmoeten. Gearriveerd in Leiden. Na een kleine wandeling kwamen we bij het museum "Naturalis" aan. Gauw wat lekkers genuttigd en onze entree betaald.

Het eerste dat we bekeken was de foto tentoonstelling van Frans Lanting "Jungles". De naam is afgeleid van het woord Jamgala uit het Sanskriet dat "ondoordringbare begroeiing" betekent.

Daarna begaven wij ons op we naar het nieuwere gedeelte van het gebouw, ontworpen door de Leidse architect Fons Verheyen. Bijzonder mooi is de opstelling van het ontstaan van het leven in tijdschalen. De verschillende fasen van het ontstaan van het leven, zoals wij dat nu kennen is uitstekend weergegeven. Niet alleen voor volwassenen boeiend om te zien, maar ook voor de jeugdige bezoekertjes.

Verder ging het naar een volgende verdieping, waar een uitgebreide collectie stenen en mineralen te zien is. Ook voor mij, een niet Gea-lid is er een prima verzameling van planten in gedroogde vorm, onderverdeeld in planten families tentoongesteld.

De verschillende expositie ruimten zijn ingericht door de eigen teams van "Naturalis" onder leiding van de adjunct directeur Dirk Houtgraaf, met medewerking van interieur architecten en bedrijven, die zorg droegen voor de plaatsing van diverse vitrines en dergelijke.

Tijdens ons gesprekje met de heer Dirk Houtgraaf, die stage heeft gelopen in het "Biochron" van ons eigen Noorder-dierenpark, vertelde hij dat de tentoonstelling "De aarde" werd verbeterd. Een financiële bijdrage van de energie bedrijven heeft dat mogelijk gemaakt.

Om 15.30 reisden wij af naar onze woonplaatsen. Op de terugtocht concludeerden wij dat deze dag de moeite waard was en zeker voor herhaling vatbaar.

Ingrid Nieuwlaat

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Een ervaring rijker.

Van 24-27 mei 2001 naar Thüringen!

Weken van tevoren leefde ik er al naar toe. Mineralen zoeken, het leek mij het einde. Welnu, het was me de ervaring wel. Voor een groentje als ik, die voor het eerst deelnam, een grote gebeurtenis.

Allereerst de vraag: hoe te slapen, in een tentje of de vouwwagen meenemen want alle huisjes waren vol. Na ampel beraad gekozen voor een tent omdat je dan wat sneller kunt rijden. Heb ik de juist materialen, is het wel handig en doelmatig wat ik mee wil nemen en past het allemaal wel in de auto. Aangezien mijn vriendin andere activiteiten had gepland zocht ik me een reismaatje omdat ik de reis alleen wel erg bezwarend vond. Die vond ik in de vorm van een oud collega, Herman.

Samen togen we naar Thüringen, het was een warme dag en de reis was erg lang, veel files i.v.m. wegwerkzaamheden en we kwamen veellater aan dan de bedoeling was. Daar werden we gastvrij opgewacht door Jolly en Wiebe met een kop koffie en konden we bijkomen en ons verhaal kwijt.

Aangezien we laat waren, zoals zo velen, misten we de vertelling van de heer Geyer, onze plaatselijke gids, over wat wij konden verwachten te vinden in het gebied rond Catterfeld.

Onze camping bleek een goed geoutilleerde camping te zijn, een soort dorp, 6 km van de bewoonde wereld en van alle gemakken voorzien. Ik vond een mooi plaatsje onder een boom en Herman zette zijn tentje op vlak aan een meertje.

Na een goede nachtrust gingen we te veld. We zouden die dag 5 vindplaatsen bezoeken. Een vol programma. De afstanden waren niet lang maar het was behoorlijk warm en er waren nogal wat haarspeldbochten zodat het niet hard opschoot.

De klim en afdaling van de eerste vindplaats is mij bijgebleven omdat het erg stijl was en hebberig als ik was, nam ik alles mee wat glom en wat Herman uiteindelijk voor mij gedragen heeft. Hier heb ik veel van geleerd!

Naar iedere verdere vindplaats vond de verzameling plaats door het geschal van de waldhom van de heer Geyer. Heel bijzonder!

De tweede dag bezochten we een grote groeve in Kamsdorf. Dat was dus vroeg uit de veren want het was een eind rijden, 50 km waar we bijna 2 uur over deden. Gelukkig mochten we met de auto de groeve inrijden zodat ons een wandeling van een halfuur bespaard bleef en we ongelimiteerd mineralen konden sprokkelen omdat de auto's dichtbij stonden.

De derde dag bezochten we de Mariënglashöhle en verder nog een vindplaats waar we vezelgips konden vinden. Met een klein groepje gingen we nog op zoek naar agaat op een andere vindplaats. We konden de juiste locatie niet vinden, die bleek achteraf midden in een wei met hoog gras te liggen.

We sloten de drie dagen af met een gezamenlijk etentje. De volgende dag moe maar voldaan weer naar huis. Een ervaring rijker en wat mij betreft voor herhaling vatbaar!

Sonja Slijp

Foto's van groeve Kamsdorf Thüringen
Klik op de foto's om ze te vergroten
Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Hemelvaart 2002, excursie Extertal

Dit jaar zijn we met de Hemelvaart excursie van 9 tot 12 mei naar het Weserbergland bij Hameln gegaan.
Hieronder een verslag van één van onze nieuwste leden Hyke Kloostra.

Klik op de foto's om ze te vergroten


KleinenBremen
KleinenBremen

Op hemelvaartochtend daalden wij af in de ijzerertsmijn Kleinen Bremen. Hoewel het buiten warm was, bleek het binnen erg koud. Onze gids begroette ons met ‘Glück auf’ en leidde ons met een boeiend verhaal door de mijn. Halverwege de tocht benaderde Jolly mij met de vraag of wij een verhaaltje van deze excursie wilden maken voor in het GEA-krantje. Ziehier het resultaat.

In oktober 2001 zijn John, mijn man, en ik lid geworden van de GEA. Er ging voor ons een nieuwe wereld open tijdens de GEA-avonden en de mineralencursus die we hebben gedaan. Na de theorie wilden we ook de praktijk leren kennen en deze goed georganiseerde excursie bood ons die gelegenheid.

Zoals we in de mijn de diepte ingingen, zo gingen we bij verschillende groeves de hoogte in. Merkwaardig om je te realiseren dat je eigenlijk ook in het binnenste van de aarde bezig bent met zoeken, immers sommige groeves zijn gewoon afgegraven lagen aarde. Prachtig om de verschillende tekeningen van aardlagen te zien die na afgraven zichtbaar worden.


Koffie
Koffie drinken

Zoals we kennis maakten met het zoeken naar mineralen en fossielen, zo maakten we ook kennis met de andere deelnemers van de excursie. We werden hartelijk verwelkomd en ook van harte bijgestaan bij het leren zoeken en daar komt nog wel wat bij kijken.

Als voorbereiding hadden we het een en ander aan gereedschap aangeschaft en ook wat boekjes doorgenomen. In de praktijk is het een kwestie van uitvogelen wat je meer of minder interessant vindt.

Al in de eerste groeve bleek John het een uitdaging te vinden om in de wand te gaan bikken. Dit tot grote bezorgdheid van enkele deelnemers. Het ging echter goed en in de volgende groeve bleek dat er genoeg materiaal op de grond lag en ook kwam er nog iemand van de groeve met een machine de stenenhopen omgooien.

Op het eerste gezicht lijkt een groeve een grote steen- en zandmassa. Het zoeken naar mineralen deed mij denken aan het zoeken naar schelpen op het strand. Als je een keer bezig bent kun je bijna niet meer ophouden. Je zoemt volledig in op details en het grotere geheel schept in verhouding daarmee een contrast. Een boeiende ervaring.


Strücken
Strücken

Ook boeiend was de Schaumburger Diamantmijn bij Strücken, waar we de tweede dag heengingen. We bleken te gaan zoeken op een heuveltje van pakweg 100 meter breed bij 5 meter hoog. Bij aankomst waren daar kinderen aan het spelen. Het moet een prachtig gezicht zijn geweest voor die kinderen om uit een colonne auto's zo'n dikke twintig volwassen uit de zien stappen. Met helmpjes op hun hoofd en hamers in hun hand, bestormden ze enthousiast de heuvel op zoek naar Schaumburger Diamanten.


Hehlen
Hehlen

In Hehlen bleek diezelfde middag dat fossielen zoeken in een brede wand met stenen eigenlijk minder leuk was. Waar zoek je naar en hoe kun je dat vinden? Zijn er herkenningspunten? Alhoewel we steeds wel antwoorden op onze vragen kregen, hebben we niets gevonden. Jammer, maar misschien moet je het vak ‘fossielen zoeken‘ echt leren.


Hehlen
Hehlen

Om bij de stenenwand te komen in Hehlen moesten we overigens nog halsbrekende toeren uithalen door een kiezelwand van zo’n vier meter te beklimmen. Dat was best lastig en een enkeling bleef hangen of gleed naar beneden. Gelukkig bleek er een alternatieve route, die ook niet zonder gevaar was overigens. Ik heb veel respect vooral voor de ouderen die vol moed de obstakels overwonnen. We werden verwelkomt op de berg door een rode wouw die schitterend rondcirkelde en zich goed liet bekijken.


weenzen
Weenzen

De laatste dag werd de ochtend gedomineerd door de regen. De gipsgroeve van Weenzen bleek te bestaan uit verschillende grotten. In een grot mochten we naar gips en sulfiet zoeken. ’s Middags, toen we arriveerden bij de kleigroeve Duingen, stopte het regenen gelukkig. Na wat rondkijken en tips van anderen kregen we de smaak te pakken van het uitbikken van fossielen. Een waardige afsluiting van deze excursie.

We hebben erg genoten van het zoeken naar mineralen en fossielen en ook van het gezelschap van de andere zoekers. Onze dozen gingen goed gevuld mee naar huis. Buiten de dozen namen we nog twee grote stenen mee. Eentje met verschillende mineraalafzettingen en sporen van fossielen en eentje die we niet goed thuis kunnen brengen. Ook anderen in het gezelschap konden ons niet vertellen wat het was. Dit belooft een prettige zoektocht thuis.

Al met al was deze excursie een bijzonder leuke ervaring die zeker voor herhaling vatbaar is.

Hyke Kloostra

Foto's Henk Klinkhamer en Albert Netjes

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Excursie naar groeve Calcit

Op zondag 6 oktober 2002 is er een mineralen excursie met de bus naar Groeve Calcit in Holzen. Toestemming voor toegang tot Calcit is verkregen dankzij dhr. Klugt.

Hieronder een verslag van deze excursie door Gertjan Klugt.

Bezoek aan Calciet te Holzen.

Zo gingen we dan om even voor zeven
naar Holzen met de bus van Greven.

Ja, je zou bijna denken dat Sinterklaas er al weer aankomt.
Wat het weer betreft scheelde dat maar weinig. Regen, kou en wind.
We hebben het allemaal gehad, die zondag de 6e oktober. Zelfs de wolken daalden af en toe de groeve in.

Iedereen was mooi op tijd en konden we dus mooi op tijd vertrekken. Het is toch enkele uren rijden met de bus voordat je op de plaats van bestemming bent.

Met een plaspauze onderweg, kwamen we om ongeveer kwart voor elfbij de groeve aan. Er werd afgesproken om om halfdrie weer bij de bus te zijn, zodat we om drie uur konden gaan rijden.


Calcit
Calcit, Holzen

27 mensen, jong en oud, hadden er zin in om naar iets onbekends te gaan zoeken. Er werd bij de bus omgekleed. Er waren er zelfs die een plastic zak om de benen knoopten om niet te nat te worden. Het viel achteraf heel erg mee De groeve was niet te nat Dat is wel anders geweest.

De chauffeur bleef in de bus achter. Hij wilde nog wat slaapuurtjes inhalen Iedereen liep de groeve in en even later kon je het "hakgeluid" horen. 27 mensen van de GEA Drenthe en wat loslopend spul vind je in die groeve niet snel terug. Hier en daar werden wat groepjes gevormd en een enkeling ging alleen op pad om zijn/haar geluk te beproeven.


Calcit
Calcit, Holzen

Het was zoals gezegd koud. Heel koud. Nat en winderig. Dat was ook te merken aan het zoeken. Zo rond een uur of één aren er al enkelen die zich naar de warme bus toe gingen om droge kleren aan te trekken. De echte doordouwers kwamen wat later. Maar toch konden we om halfdrie al vertrekken. Perfect, iedereen op tijd. Zo hoort het ook.

Over vondsten heb ik weinig gehoord. Ze zullen er ongetwijfeld geweest zijn. Dat komt de volgende samenkomst wel weer. Ik heb er in ieder geval weer van genoten Een dag waar je met je hobby bezig bent.heerlijk. Onderweg werd ons nog een kopje koffie aangeboden door het bestuur, vanwege het 30-jarige bestaan. Hartelijk dank. Om een uur of zeven reden we de parkeerplaats in Emmen weer op. Het was een fijne dag. Voor herhaling vatbaar.

Gertjan Klugt

Foto's Henk Klinkhamer

We hebben deze groeve twee jaar geleden ook al eens bezocht, zie hier voor een verslag van dat bezoek.

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Oude ambachten markt Exloo 21 juli 2002

Zondag 21 juli 2002 was de GEA vertegenwoordigd op de oude ambachten markt in Exloo.
Het zag er 's ochtends slecht uit met het weer, het regende zo nu en dan pijpenstelen. Gelukkig klaarde het later op en kwam de stroom bezoekers goed op gang en werd het ondanks het slechte begin toch nog een zeer geslaagde dag.

Hieronder een aantal foto's; klik op de foto om deze te vergroten.

Exloo Exloo Exloo Exloo Exloo
Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Versteende schatjes

Een verslag van een excursie op 11 januari 2003 naar Natura Docet door Ben Logtenberg

Ze zijn niet groot, maar het zijn 'grootse' fossielen, de in barnsteen gevangen insecten van lang geleden. Ze zijn vaak tot in detail te bekijken, net als de spin waarbij zelfs de spindraad van het web is bewaard. De spectaculaire fossielen zijn te bekijken met loupe of microscoop, maar ook met het blote oog of aan de hand van prachtige foto' s. Dat barnsteen ook voor prachtige sieraden wordt gebruikt is een ander, maar niet minder fascinerend aspect van de expositie.

Het is een mooie winterdag als ruim twintig leden van de GEA kring Drenthe een bezoek brengen aan museum Natura Docet in Denekamp. 11 januari is de op een na laatste dag van de tentoonstelling versteende schatjes. Op deze dag is het museum speciaal voor ons geopend. Na de koffie begint de rondleiding met een inleiding door de museumbeheerder. Barnsteen is het verharde (versteende) hars van bomen. Als dit uit een boom stroomt, is het uiterst kleverig en insecten raken er gemakkelijk in vast. Als er vervolgens nog een laagje hars over stroomt, raakt het insect helemaal ingesloten. Op deze manier overleven zelfs de kleinste details van deze insecten. Deze fossielen zijn dan ook veel gedetailleerder dan fossielen in steen.

In het museum is een deel uitgestald van de verzameling van de heer Van Enk uit Zutphen. Er zijn veel mooie voorbeelden te zien van insecten in barnsteen. Verder zijn er veel foto's uit dezelfde verzameling. Barnsteen wordt vooral gevonden in de omgeving van de Oostzee. Zo'n 35 miljoen jaar geleden liep er een grote rivier - de Eridanos - waar nu de Botnische Golf, de Finse Golfen de Oostzee liggen. Op de oevers waren uitgebreide naaldbossen, waarvan de bomen veel hars produceerden. Stukken van dit hars zijn door Eridanos meegevoerd en met zand bedekt. Dit hars is verhard en wordt nu gevonden als barnsteen. Maar niet alleen nu. Onze verre voorouders wisten het barnsteen ook al te waarderen gezien het de fraaie zeer oude sieraden in het museum. Barnsteen werd vroeger wel amber van bomen genoemd. Dit in vergelijking met echte amber dat verharde ontlasting is van potvissen. Niet zo vreemd, want kopalhars uit Brazilië (een lichtgele tot bruine hars van verschillende tropische bomen, grondstof voor vernissen en linoleum) heet ambra del pais (letterlijk: landamber)

Barnsteen drijft een beetje in zeewater en zo kan het uit de Oostzee worden meegevoerd naar de Noordzee, waar het regelmatig wordt gevonden.

Tijdens de ijstijden is het Eridanosdal door gletsjers verder uitgesleten tot wat we nu kennen als Oostzee en Botnische Golf. Daarbij werd ook zand met daarin barnsteen meegevoerd zodat overal in de Noordduitse Laagvlakte in zandgroeves barnsteen kan worden gevonden. Dit geldt o.a. ook voor de groeve bij Zwolle.

Het oudste barnsteen fossiel is ongeveer 70 miljoen jaar oud. Het is een steekvlieg, die dus wel dinosauriërs kan hebben gestoken. Jurassic Park Lijkt echter onmogelijk, omdat de maagsappen van een in het hars ingesloten beestje nog doorgaan met verliezen van het bloed. Je kunt dus geen goede kwaliteit DNA aantreffen om daarn1ee een dino te klonen. Vroeger werd barnsteen wel opgevist met netjes en rond 1870 zelfs met echter duikers in duikpakken. Tegenwoordig is er bij Kaliningrad een moderne groeve voor barnsteen. Het barnsteen zit er in een laag de zogenaamde blauwe aarde.

Ook nu wordt er nog barnsteen 'gemaakt'. Enkele bomen die de juiste soort hars geven zijn de 50 meter hoge Kauri pijnboom (Agathis australis) uit Nieuw Zeeland, de Hymenaea uit Afrika en de stinkende teen boom (Hymenaea Courbaril) van de Dominicaanse Republiek.

Na de inleiding was er ruim gelegenheid om de tentoonstelling te bekijken en we konden ook de rest van het museum met gesteenten en fossielen bewonderen.

Aan het begin van de middag gingen we weer naar huis.

Een leuk uitstapje zo in de winter!

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Vivianiet uit Drenthe

De meeste mensen denken dat er in Nederland niet veel interessante mineralen zijn te vinden; op Coelestien uit Winterswijk en wat materiaal uit Limburg na is het armoede troef.
Toch kan er zelfs in Drenthe nog wel eens wat bijzonders gevonden worden.

Een tijdje terug werd ik gebeld door iemand uit Nieuw Weerdinge die vertelde dat tijdens het diepploegen van het land blauw gekleurde brokken steenachtig materiaal naar boven gekomen waren.
De vraag was natuurlijk wat dat wel niet wezen kon.
Daar was ik zelf ook wel benieuwd naar, daarom hebben we afgesproken dat we dat nader zouden bekijken op de volgende kringavond

Het bleek om een diepblauw kruimelachtig mineraal te gaan dat als een korst op een ijzeroer afzetting zit.

vivianiet
Vivianiet

Een aantal van de aanwezige leden kende het materiaal: het is Vivianiet Fe3[PO4]2.8H2O een gehydrateerde ijzer-fosfaat.

Vivianiet kan dicht bij de aardoppervlak ontstaan in zuurstofarme omstandigheden. Circulerend fosfaatrijk water tast mineralen aan (in de ijzeroer) die tweewaardig ijzer bevatten. Na verdamping van het water worden vivianiet kristallen gevormd.

Zo gauw vivianiet aan de buitenlucht en zonlicht wordt blootgesteld oxideert het ijzer van tweewaardig naar driewaardig waardoor de het materiaal verkleurt van lichtblauw via donkerblauw naar zwart. Omdat het bovendien om erg kruimelachtig materiaal gaat is het niet echt vitrine materiaal.

Op 31 oktober stuurt dhr L. Wolf mij de volgende informatie toe over een vondst in Groningen:

Ik kan u mededelen dat wij afgelopen week in de Tusschenklappenpolder bij Zuidbroek, bij ontgravingen aan een gaspijpleiding ook dit mineraal tegenkwamen.
Het lag in een laag op ongeveer 60 cm diepte. Breedte van de laag ongeveer een meter, dikte ongeveer 30 tot 40 cm.
De reactie bij blootstelling aan lucht was een opwarming van het materiaal gevolgd door vrij snel verkleuren van de witte substantie tot lichtblauw en daarna naar diep blauw.
De lengte van de laag hebben we niet kunnen meten omdat de opgraving begrensd was door bronneringspijpen en het voor ons ook niet zinvol was verder te graven.

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina

Bijzondere zwerfsteenvondst in Drenthe

Vondst kogelgraniet in Nieuw Schoonebeek donderdag 25 augustus 2005

Omdat Joke, (mijn vrouw ) in de fietscommissie van de “Vrouwen van Nu” zit, hadden zij (de fietscommissie ) een route uitgestippeld die zij daarna met de andere leden zouden gaan fietsen.
Dit was de ”Bruingoud” route. Om dat die route zo mooi is, moest ik in die tussen liggende tijd er ook aangeloven. Tijdens die route die o.a. via Weiteveen het Amsterdamseveld, het Schoonebeekerveld door Nieuw Schoonebeek voerde, gebeurde het.

Het was zalig weer, prachtige omgeving, dat we allebei uit onze oog hoeken iets bijzonders zagen. Gelijk op de rem en afstappen natuurlijk. Bij een grasveld naast een vrijstaand huis lag een bijzondere steen, als remming tegen auto’s die op het gras zouden parkeren. De kogels vlogen om je oren, zo duidelijk waren ze van de weg af zichtbaar. Daar ik op stenengebied nog een leek ben, moest ik tijdens het verdere fietsen door het Oosterse– en Westerse bos alles nog even verwerken.
Ik zou Harry Dekker echter niet zijn als ik ’s avonds niet bij die mensen op de stoep zou staan.
Jammer genoeg was er niemand thuis. Toen maar naar de overkant gegaan en gevraagd hoe of dat de mensen heetten en of ze telefoon hadden.

De volgende dag gelijk gebeld en een afspraak gemaakt. Na mijn uitleg en blijk van mijn interesse voor die steen verliet ik na een uur de beide broers, met de steen in mijn kofferbak van de auto.
Dit niet nadat de broers mij voorzichtig hadden gepolst of de steen geldelijke waarde had. Ik had namelijk wel eerlijkheidshalve verteld dat het waarschijnlijk wel een zeldzame steen was, maar dat de waarde alleen bestond uit het oogpunt van een verzamelaar.
Volgens de broers weegt de steen ongeveer 90 kg. Bij nazoeking in boeken kwam ik uit op een kogelgraniet. Wat later door Henk de Wolde werd bevestigd.

De vindplaats van de steen is dus Nieuw Schoonebeek en heeft ongeveer 20 jaar als blokkade dienst gedaan. Ik ben de heren Imming dankbaar dat ze de steen aan mij hebben afgestaan.

Zo zie je maar weer waar een fietspartij al niet toe kan leiden.

Naschrift

De tweede steen is nu ook in mijn bezit. Die is waarschijnlijk afgebroken tijdens de graaf werkzaamheden
1e steen = 74x45x32 ± 90 kg
2e steen = 50x35x26 ± 45 kg (kaaspunt vorm)

Hier het vervolg over de brief wisseling met Harry Huisman.
Harry Huisman heeft de kogelgraniet aangemeld bij The geological Survey of Finland met de vraag of hij toestemming kan krijgen om in hun database met afbeeldingen te mogen kijken.
Dat de kogelgraniet uit Finland komt is welhaast zeker.
Geen Zweeds type komt in de buurt van de keien van Nw.Schoonebeek. 0ok is duidelijk dat dit de eerste vondst van een kogelgraniet überhaupt is in Nederland. De mineralen die in het gesteente zitten kan hij ons ook al wel vertellen.
Kaliveldspaat, veel plagioklaas, kwarts en biotiet.

Als de steen gezaagd en gepolijst is kan hij ons meer vertellen over de tekstuur bijzonderheden en ook over de eventuele andere mineralen die er nog in zouden kunnen zitten.

Harry Dekker.


Kogelgraniet
De gelukkige vinder met zijn kogelgraniet
(klik op de foto)

Terug naar top Ga een pagina terug Ga naar startpagina
Copyright © 1998-2007 GEA kring Drenthe